+32 (0)10 24 80 69

Sylvain Luc : Heldhaftigheid in ontwikkelingssamenwerking. Een noodzakelijk kwaad ?
Sylvain Luc

Heldhaftigheid in ontwikkelingssamenwerking. Een noodzakelijk kwaad ?

Sylvain Luc is lector aan de Universiteit van Namen, gastprofessor aan de KU Leuven en hoofdassistent in de Master in Sociale Engineering en Actie aan HELHa-HENALLUX. Zijn wetenschappelijk werkveld is organisatorisch gedrag, met name individueel en collectief gedrag binnen organisaties. Hij is ook partner van AKAWA, opleidingscentrum en consultancy in organisatieaspecten.

In het kader van een ontwikkelingsprogramma in Burkina Faso  besloot een westerse organisatie enkele jaren geleden om de reis naar school van kleine kinderen te verlichten. Voordien moesten ze minstens anderhalf uur per dag lopen om in de dichtstbijzijnde school te geraken. Om hun reistijd te verkorten besloot een vereniging deze kinderen te voorzien van fietsen. De kleintjes deden er in het begin dan wel maar een half uur over om op school te geraken, toch had het project desastreuze gevolgen. De vereniging had met de beste wil van de wereld fietsen opgestuurd, maar was vergeten om ook het nodige gereedschap mee te geven om ze te herstellen. Gevolg: lekke banden door de aarden wegen, vervormde wielen, losse kettingen enzovoort. Al snel maakte de vreugde van de kinderen plaats voor een gevoel van vernedering : “Zij zijn van zo ver gekomen om ons te helpen, en wij zijn niet eens in staat om wat ze ons gegeven hebben te onderhouden…”

Het is een schoolvoorbeeld, en iedere ontwikkelingswerker kan er zo tientallen geven. Het voornaamste probleem hierbij is dat men te weinig vooruitziet, onvoldoende nadenkt of gewoonweg zijn gezond verstand niet gebruikt. Dergelijke voorbeelden worden in elk opleidingsprogramma in de context van ngo’s gegeven om te tonen hoe het niet moet, om stil te staan bij de duurzaamheid van oplossingen voor “mensen in nood”, en om niet op korte maar op lange termijn te denken.

Volgens mij gaat het hier niet alleen om kleine vergeetachtigheden in het proces, maar om een heuse afwijking, een uiting van het onbewuste. Vanuit die invalshoek is het niet langer de vraag of er op lange of korte termijn is gedacht. De vraag is eerder welke psychologische elementen ertoe hebben geleid dat men de mogelijkheid van een lekke band over het hoofd kon zien. Iets wat iedereen zelfs op verharde wegen al eens heeft meegemaakt. Met andere woorden, hoe komt het dat ontwikkelingswerkers in sommige gevallen voorbijgaan aan evidenties?

De analytische psychologie van Carl Gustav Jung, en in het bijzonder het concept van het archetype ‘de held’, geeft ons naar mijn mening een gepast interpretatiekader voor dit fenomeen. Het archetype van de held is potentieel aanwezig in ieder van ons en kan geactiveerd worden als we geconfronteerd worden met ongeluk. Het kan ons bevrijden uit beangstigende situaties en drijft ons tot actie en zelfoverstijging. In ontwikkelingswerk duwt het ons in de rol van een strijder voor het goede doel. Het archetype van de held bindt ons aan de ander door empathie, geeft ons een sterk gevoel van medeleven en zet ons aan tot actie. Vanuit het standpunt van het collectief bewustzijn is het een ideaal gedragstype. In mythes, film en literatuur is dit archetype schering en inslag.

Een van de grootste problemen van dit archetype is dat het kinderlijke fantasieën kan oproepen, wat ten koste gaat van bewustzijn en gezond verstand. Kortom, het archetype van de held wakkert een kinderlijk narcisme aan. Als jij je als held opwerpt, reduceer je de ander tot slachtoffer. Door het slachtoffer te redden krijgt je ego een boost, wat dan weer onbewust kan leiden tot een relatie van afhankelijkheid. De rol van slachtoffer is eveneens een vorm van kinderlijk narcisme, aangezien men aanvaardt dat de ander zich over hem ontfermt. Uiteindelijk raken ontwikkelingswerkers, zonder dat ze zich daarvan bewust zijn, vervreemd van deze relatie en wordt dit pervers systeem van afhankelijkheid bestendigd.

Dat men vergeet gereedschap mee te geven om etsen te herstellen, betekent ook dat de afhankelijkheid in stand wordt gehouden, doordat de slachtofferrol wordt versterkt en men opnieuw zijn ego kan bevredigen. Uiteindelijk komt de relatie in een vicieuze cirkel terecht, met afhankelijkheid in plaats van zelfoverstijging als doel.

Deze valstrikken vermijden is geen sinecure omdat de heersende beeldvorming over ontwikkelingswerk zowel ontwikkelingswerkers als hun doelgroep doen denken in een relatie
van “held versus slachtoffer”. Dit beeld doorbreken is zonder twijfel de eerste stap naar een verstandige relatie en zinvolle acties die niet als doel hebben het ego te bevestigen. En zoals de mythologie ons leert, is de held niets zonder zijn oude leermeester…