+32 (0)10 24 80 69

Odile Tendeng:ontwikkeling heeft geen voorouders

Odile Tendeng

Ontwikkeling heeft geen voorouders

Odile Tendeng werkt aan het Institut Gorée als coördinatrice van het netwerk Alliance des initiatives africaines pour la paix et la sécurité en Afrique de l’ouest. Als linguist is ze sterk geïnteresseerd in ethnolinguistiek, die de band tussen talen en hun gebruikers bestudeert. Hierdoor ontdekt ze sociale organisaties, culturen, wereldvisies enzovoort.

“Wat was ontwikkeling nu weer? Nog zo’n uitvinding van de Europeanen zeker?” Zo reageerde een oude man op mijn vraag of hij het woord ‘ontwikkeling’ al gehoord had en wat het voor hem betekende.

“Ontwikkeling heeft geen voorouders”,  antwoordde hij om te tonen hoeveel moeite hij had met het concept. De ontwikkeling waar hij mee te maken krijgt, sluit immers niet aan bij zijn verleden en doet geen beroep op de generatielange ervaring in het oplossen van problemen. Ze maakt geen gebruik van het referentiekader of de modellen die door zijn voorouders gebruikt werden, zelfs niet die van zijn onmiddellijke voor¬gangers. Het westerse concept verbreekt de banden met de voorouders en vindt geen aansluiting bij de geschiedenis van de mensen waarvoor het bedoeld is. Dat plaatst hen in een onzeker heden, ver van hun wortels. Ondenkbaar voor een West-Afrikaan. De bekende historicus Burkina Joseph Ki-zerbo zei ooit: “Als je je eigen nest verlaat om je in het nest van
een ander te vestigen, kan je voor nare verrassingen komen te staan, want je zal snel merken dat het nest niet leeg is.” Een manier om te zeggen dat je nooit echt he¬lemaal thuis bent in een andere cultuur. Elke ontwikkeling moet verbonden zijn met de culturele waarden en de ervaring van de mensen.

Is het concept van ontwikkeling universeel?

Bij de voorbereiding van dit artikel kwam ik op het idee om een groep Afrikaanse intellectuelen te laten stilstaan bij het begrip ‘ontwikkeling’ in de Afrikaanse talen. De collega’s uit Burkina Faso, Ivoorkust, Guinea en Senegal werd gevraagd om de intrinsieke waarde van het woord ‘ontwikkeling’ in hun taal aan te geven. De vraag bracht een ware schok teweeg. Iedereen was er door verrast, omdat het woord zo vanzelfsprekend en zo in hun leven geïntegreerd was. Het had gewoon dezelfde betekenis als wat men er in de moderne wereld onder verstaat: ontwikkeling naar het beeld van de westerse landen. Ze moesten toegeven dat ze er nooit bij hadden stilgestaan dat andere mensen een verschillende betekenis aan ontwikkeling konden geven. De ondervraagden zijn misschien niet representatief voor alle Afrikaanse intellectuelen, maar het toont toch aan hoe sterk de verinnerlijking van het westerse concept is.
Een serieuze denkoefening gecombineerd met de kennis van enkele sprekers van originele Afrikaanse talen, levert heel wat interessants op. We stelden dezelfde vraag aan taalgebruikers van het Agni (gesproken in Ivoorkust en Ghana), het Dioula (20 miljoen sprekers in Ivoorkust, Mali, Burkina Faso, Guinee en Ghana), het Sérère, het Diola en het Pulaar (gesproken in Senegal en in enkele omliggende regio’s). We beginnen bij de definities van ontwikkeling in het Dioula en het Agni.
Uit de analyse van de verschillende interviews kwam een definitie van ontwikkeling als een inclusief proces naar voren, een proces dat zijn oorsprong moet vinden in de maatschappij in kwestie. Enkel op deze manier geeft ontwikkeling het individu de kans zijn persoonlijkheid te ontplooien en zelfvertrouwen te krijgen. Dit wil geenszins zeggen dat men zich in zijn eigen wereld moet opsluiten. Men moet integendeel openstaan voor de vruchtbare ideeën van anderen, terwijl men toch zichzelf blijft.

De Dioula’s van Bobo-Dioulasso (Burkina Faso)

De Dioula’s zijn handelaars. Ze zijn zo ondernemend dat ze bij hun landgenoten bewondering afdwingen, maar hen ook angst inboezemen. Bij feesten tonen ze hun rijkdom en zijn de vrouwen weelderig gekleed. Dit is een typisch gedrag van de sprekers van het Mande, en het wekt niet altijd het vertrouwen van de andere bevolkingsgroepen waarmee ze samenleven. Er worden hen mythische krachten toegeschreven, vooral aan de vrouwen, die het geheim van de verleiding zouden kennen.
Men zegt dat de kinderen van Burkina Faso op de markt geboren worden en er opgroeien. Het is inderdaad zo dat handel drijven hen met de paplepel wordt ingegeven. Ze verkopen kleinigheden in het zwart en als ze hier nog te jong voor zijn, zitten ze op de rug van hun moeder of ravotten ze tussen de kraampjes.
Door hun commerciële instelling zijn de Dioula’s al op jonge leeftijd economisch onafhankelijk. Ze stichten al een gezin terwijl hun leeftijdgenoten van bijvoorbeeld Ouagadougou nog aan het studeren zijn. Toch is onafhankelijkheid niet gelijk aan individualisme. Bij de Dioula’s heerst er een hechte culturele samenhorigheid. De Bobolezen hebben de reputatie heel solidair te zijn en hebben sterke familiale banden. Kinderen worden door de hele wijk2 opgevoed en iedereen staat borg voor de goede opvoeding van elk kind. Ontwikkeling kan enkel in gemeenschappelijke termen bepaald worden (zie kader).

Ontwikkeling in het Agni

In de 17e eeuw waren de Agni’s de eersten die contacten legden met de Europeanen. Door die poort te openen zagen ze zich al snel genoodzaakt om zich te verdedigen en hun tradities te beschermen, terwijl ze tegelijk de voordelen en het gemak omarmden die de kolonisatie hen bracht.
Het hedendaagse leven is verankerd in de gebeurtenissen en ervaringen van het verleden. Bij grote evenementen, zoals het feest van de Yam, een van de belangrijkste feesten op de kalender van de Agni’s, doet men de helden van weleer herleven. De banden tussen de levenden en de voorouders worden weer aangehaald. Dit geeft elk lid van de gemeenschap nieuwe energie die hem sterker maakt. Vanuit deze wereldvisie verwordt het concept ‘ontwikkeling’, in de betekenis waarin het doorgaans wordt gebruikt, tot iets dat behoort tot het heden, zonder enige band met wat er tot nu toe gebeurd is. Het is een verschijnsel van de moderne wereld dat bedoeld is om in de moderne wereld te blijven. Maar kunnen we enkel in het heden leven? We hebben het verleden toch nodig om de voeling met onze roots te houden.
Het moeilijkste, voegt een Agni eraan toe, “is de continue verandering van paradigma’s, die veel weg heeft van stemmingswisselingen, terwijl zij (de westerlingen) alle macht in handen blijven houden. De paradigma’s volgen elkaar op zonder dat er een onderling verband is en zonder dat wij de redenen voor verandering begrijpen. Je moet je er maar bij neerleggen, om geld van de blanken te krijgen. Enkel zij die weten hoe de vork in de steel zit, profiteren dus van het geld dat ter beschikking wordt gesteld.”

Focus…

13842527_mHet concept ‘ontwikkeling’ bij de Dioula’s van Bobo-Dioulasso

Voor de Bobolezen betekent ‘zich ontwikkelen’ samen werken aan ontplooiing. Het woord ‘samen’ is hier van groot belang. Het veronderstelt dat ontwikkeling geen individueel proces is. Het is een gemeenschappelijk gebeuren dat iedereen aangaat. In het traditionele Afrika ben je nooit alleen rijk. Als je rijk bent, moet je delen en een groot aantal mensen onderhouden. Je moet een spiraal creëren die iedereen meetrekt naar boven, zodat niemand nog iemand moet onderhouden.
Ooit was er in Burkina Faso een poetsdienst in alle wijken. Iedereen moest voor zijn eigen huis vegen. Tijdens het kuisen zong men in het Dioula: Kafaso bara, kafaso yiriwa, wat letterlijk betekent: laten we samen werken, laten we samen de moeite doen om ons land te laten bloeien.

Het concept ‘ontwikkeling’ bij de Agni’s van Ivoorkust

Twee woorden volstaan om ontwikkeling te beschrijven. De term “Agnan tiè”, die “verandering van mentaliteit of beschaving” betekent en de term “Gnounou Koblè”, die “vooruitgang” betekent.
De Agni’s beschouwen ontwikkeling als een inclusief proces dat de hele maatschappij vooruitduwt (gnounou koblé), maar ook een evolutie in de mentaliteit en veranderingen in de cultuur impliceert, wat kan samengevat worden met het woord “civilisatie” (agnan tiè).