+32 (0)10 24 80 69

Marc Craps over Appreciative Inquiry

Marc Craps is organisatiepsycholoog en antropoloog. Hij leefde 15 jaar in ZuidAmerika, als ngo-coöperant en universitair onderzoeker. Momenteel is hij als hoofddocent en onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Duurzaam Ondernemen van de HUBrussel. Hij is ook stichtend lid van Cycloop, een netwerk van actieonderzoekers die multi-actorprocessen in duurzaamheidsinitiatieven begeleiden, hier en in het Zuiden.

Eind jaren ’80 integreerde ik mij als onervaren ontwikkelingswerker in een sloppenwijk van Montevideo, de hoofdstad van Uruguay.

Er ontstond een hechte vriendschap met de families in die buurt. We dronken samen maté uit dezelfde pot. Ik ging met hen op stap, met paard en kar door het centrum van de stad, om afval op te halen en materiaal te recycleren – hun overlevingsstrategie. Net zoals zij voelde ik de wantrouwige blikken van de betere buurtbewoners en ik leerde de wereld door hun ogen zien en voelen.

Op een dag vroeg een school uit één van de rijke buurten om een beeld- en klankmontage te mogen maken over de sloppenwijken. Zij wilden daarmee fondsen inzamelen om de sloppenwijken te vervangen door degelijke huisvesting. Met de inwoners van de sloppenwijk bespraken we uitgebreid de thema’s en beelden die aan bod zouden komen. Het werd een collectieve zelfreflectie over hun identiteit, hun prioriteiten, hun zelfbeeld en het beeld dat ze aan de buitenwereld wilden meegeven. De opdrachtgevers schrokken van het resultaat: een kleurrijke reportage die de nadruk legde op waardigheid, kracht, vreugde en hoop. Ze hadden een beeld verwacht dat de armoede en uitzichtloosheid in de kijker zou zetten. De sloppenbewoners bleken ook helemaal niet opgezet met de plannen om hun buurt op te ruimen en hen elders te huisvesten. Ze wilden wel meewerken aan betere voorzieningen. Hun buurt was voor hen geen hoop waardeloze sloppen, maar het resultaat van hun inspanningen en ambitie om een beter leven uit te bouwen. In die periode ontwikkelde David Cooperrider van de Case Western Reserve University in Cleveland (VS) de Appreciative Inquiry (AI)-benadering. Het klassieke actieonderzoek zocht volgens hem te veel naar oplossingen voor geïsoleerde problemen. Dat genereert geen energie en spreekt de betrokkenen niet aan. Probleemanalyses doen mensen naar schuldigen zoeken om de verantwoordelijkheid van zich af te wentelen. Mensen zijn immers geneigd om succes aan zichzelf toe te schrijven en zich te distantiëren van mislukkingen.

In ontwikkelingssamenwerking blijken de nieuwe methodes van de laatste decennia uiteindelijk geen echte verandering te hebben gebracht. De onderliggende mentale beelden en modellen van ontwikkeling en hulp, gebaseerd op tweedelingen zoals rijk en arm, donor en ontvanger, expert en doelgroep, blijven doorspelen. We blijven ontwikkeling beschouwen als een overdracht van middelen en expertise. Instrumenten voor projectplanning en -evaluatie moeten deze transfer zo efficiënt mogelijk laten verlopen. Duurzame ontwikkeling is echter een complex gebeuren waarvoor geen blauwdrukoplossingen voorhanden zijn. Er zijn immers zo veel uiteenlopende interesses, belangen, perspectieven en soorten kennis.

Appreciëren heeft geen plaats in het nauwe efficiëntiemodel dat momenteel dominant is. AI begeleidt mensen en groepen om elkaar te erkennen en te leren luisteren naar elkaars verhalen van illusies en ambities, van betrokkenheid en uitsluiting. Zo gaan ze op een nieuwe manier met elkaar omgaan, niet als probleemgevallen en oplossers, maar als partners die van elkaar afhankelijk zijn.

Ikzelf maakte kennis met AI toen ik half jaren ‘90 als (actie)onderzoeker aan de Universiteit van Cuenca in Ecuador werkte. Professor René Bouwen (KULeuven) bracht de ideeen en instrumenten mee van zijn vriend Cooperrider en samen introduceerden we AI bij lokale projectmedewerkers. Die reageerden meteen erg enthousiast. Een benadering die zo verschilt van de gebruikelijke logische kaders en steriele probleembomen voelde heel verfrissend aan.
Intussen is AI uitgegroeid tot een brede stroming met toepassingsmogelijkheden voor individuele en teamcoaching, conflictbemiddeling, organisatieontwikkeling en interorganisationele samenwerking. Maar er is ook scepticisme. Slikt AI dan alle kritieken op machtsmisbruik, onderdrukking en onrechtvaardigheid in?

Ik sluit me aan bij een groep die de essentie van AI niet in het positieve element zoekt, maar in de inquiry: het kritisch analyseren van de realiteit, voorbij oppervlakkige fenomenen. Problemen worden niet uit de weg gegaan, maar de zoektocht is gericht op opportuniteiten om mensen en groepen samen te brengen, op de kwaliteiten van de betrokkenen, wat hen energie geeft om te werken aan een aantrekkelijke toekomst. Op dat vlak kunnen we heel wat leren van het Zuiden, al hebben ze daar wellicht nog nooit van de term AI gehoord. Ondanks hun dagelijkse beslommeringen om te overleven, de grote ongelijkheden en beperkte middelen, blijven mensen ondernemen, hun geloof en energie behouden, en samen projecten realiseren.

Op het vierde wereldcongres over Appreciative Inquiry onlangs in Gent toonde doctor-bioloog Deo Baribwegure, ngo-verantwoordelijke in Tanzania, de relevantie van AI voor zijn werk aan het Tanganykameer. Daar heeft de klimaatopwarming al vérstrekkende gevolgen voor de lokale bevolking, die afhankelijk is van visvangst. Volgens Deo is de voornaamste uitdaging een dialoog op gang te brengen tussen de verschillende actoren: onderzoekers, lokale en nationale overheden, gemeenschappen van vissers en landbouwers langs het meer. Elk met hun eigen nationaliteit, religie, taal, belangen, kosmologieën en kennisvormen. Als we AI opvatten als een modieuze ‘trukendoos’ om medewerking te bekomen voor projecten die vooraf bedacht en bepaald zijn, dan valt er niet veel heil van te verwachten. Door het enthousiasmerende karakter van de methode bestaat zelfs het risico dat de deelnemers ten onrechte de illusie van betrokkenheid krijgen. Maar als we AI inzetten om alle relevante actoren te betrekken in een proces van co-creatie van een duurzame en rechtvaardige realiteit, dan vormt het wellicht een onontbeerlijke bijdrage.

Volgens Marc Craps zijn methodologieën die gericht zijn op expertise en technische
middelen niet voldoende.

Ce site web utilise des cookies. En poursuivant votre navigation sur ce site, vous acceptez notre utilisation des cookies.