+32 (0)10 24 80 69

Opinie. Ware moed is banden smeden
Opinie

Ware moed is banden smeden

Brussel. 13 november 2015, 21u26. Een emotioneel moment in het Koning Boudewijnstadion tijdens de wedstrijd België-Italië. In de 39ste minuut houdt het stadion een minuut stilte ter nagedachtenis van de slachtoffers van het Heizeldrama. 22u25, België leidt met 3-1. 22u35, een opmerkelijk bericht: “drie explosies in het Stade de France…. dit is ernstig! “. Al snel wordt duidelijk dat er iets aan de hand is in Parijs. 4 doden in een vuurgevecht. Het verhaal ontplooit zich verder. Net zoals op 7 januari ben ik diep geschokt. De informatie over de aanslagen stapelt zich op. Een indruk van complete chaos. Een diepe droefheid. Onnauwkeurige berekeningen spreken over tot wel 160 doden en tientallen gewonden. 3u00 ’s nachts, ik ga slapen.

Op sociale netwerken is er een aaneenschakeling van getuigenissen. Pure emotie, onmiddellijk, zonder filter.

Brussel. 14 november. 9u00. Na het ontwaken, de terugkeer naar de dramatische actualiteit. Ik realiseer me dat mijn vrienden in Parijs onder de slachtoffers kunnen zijn. Vooral hun kinderen. Men spreekt van 82 doden in Bataclan. De telefoontjes volgen elkaar op. Stilaan komen geruststellende berichten toe. Iedereen stelt het goed.

Brussel. 12u14. Ik ga naar boven. Ik zie mijn dochter in haar slaapkamer. De deur staat wagenwijd open. Ze is 15 jaar. Ze lijkt diep geschokt, wat ik kan begrijpen. Haar vriendin woont in Parijs. Alles gaat goed met haar, ze leeft nog. Ik praat met mijn dochter. Ze is bang voor haar vriendin, die in paniek is en de deur niet meer uit durft. Op sociale netwerken is er een aaneenschakeling van getuigenissen. Pure emotie, onmiddellijk, zonder filter. Mijn dochter stelt vragen, verwacht antwoorden. “Kunnen ze dat hier doen? Zullen ze het opnieuw doen in Parijs? Wanneer zal het ophouden?” De antwoorden stellen haar niet gerust. Zij wil echter slechts één ding: gerustgesteld worden. Dat doe ik, of dat is althans wat ik probeer.

Ik weet niet hoe ik de complexiteit van wat er gaande is moet uitleggen. De verborgen spelletjes van de internationale politiek, de culturele shocks, het onrecht veroorzaakt door mensen – u en ik -, door bedrijven, overheden, het neoliberale systeem, discriminatie, de verwondingen, de verontwaardiging, angst, de zinloosheid die vele jongeren raakt. Ze weet dat ik opleidingen geef over vooroordelen. Dat ik haar veel dingen kan uitleggen. “Het is nooit gemakkelijk met jou”, glimlacht ze.

Ik had een opleiding afgerond over de deconstructie van vooroordelen waarin mijn collega en ik enkele elementen overbrachten uit de veelheid aan over te dragen informatie. Een dag waarop we een zekere bewustwording hadden proberen uit te lokken. Moeilijk. We beseffen dat het enorme vereenvoudigingen zijn, en ook nu klinkt het bij de deelnemers: “Het is veel om te verteren. Het is ingewikkeld”.

Daesh weet wat onze eerste reactie zal zijn: veiligheid, nog meer veiligheid.

Ingewikkeld? Zeker en vast. Behalve voor enkelen die een eenvoudige en kwaadaardige strategie ontwikkelden. Eén van de hoofdlijnen van deze strategie wordt samengevat door een analist: “Om het islamitische volk op te jutten , moeten we het conflict exporteren. De Westerlingen zullen zich tegen de moslims keren.” Absurd, nietwaar? Deze denkers van het fundamentalisme hebben empirische ervaring met de vicieuze cirkel van vooroordelen en discriminatie. Ze weten dat, als hun terroristen zich bij ons opblazen na de kreet “Allah Akbar” en onschuldige mensen beschieten, wij onbewust de associatie zullen maken tussen hen en de moslims van Noord-Afrikaanse afkomst die hier bij ons wonen. Ze weten dat de discriminatie waar de moslim al slachtoffer van zijn alleen nog versterkt zal worden. Dat deze discriminatie de voedingsbodem zal zijn van een nieuwe woede, de voedingsbodem om nieuwe volgelingen te werven. Deze fundamentalisten weten dat onze hersenen weinig nodig hebben om, bewust of onbewust, associaties op te roepen, ook al zegt ons verstand ons dat we islam niet met islamisme mogen associëren: hij heeft een baard, hij draagt een djellaba… het is een jihadist, een terrorist. Het is een directe associatie. Dat is wat naar voor komt uit onze opleidingen over de deconstructie van vooroordelen. Dat is ook wat Solomon Ash, Bruner en Tagiuri, drie theoretici op het gebied van sociale psychologie, ons vertellen.

Deze fundamentalisten die schuil gaan onder de naam Daesh weten dat als de angst ons in haar greep houdt, zij de verzoening zal verhinderen die ons in staat zou kunnen stellen om de vicieuze cirkel van discriminatie en vooroordelen te doorbreken.

Daesh weet wat onze eerste reactie zal zijn: veiligheid, nog meer veiligheid. De verantwoordelijken binnen Daesh weten dat wij, bij gebrek aan een methode om een terrorist op het eerste gezicht te identificeren, al wie op hen lijkt en tot dezelfde groep kan behoren, over dezelfde kam zullen scheren. En dat we hen nog meer zullen wantrouwen. Deze denkers weten dat onze werkgevers steeds terughoudender zullen zijn om mensen van Noord-Afrikaanse origine aan te werven. Ze weten dat er tijdens de herhaaldelijke controles van dezelfde personen op straat een risico bestaat dat dit geweld en deze woede van antwoord gediend worden. En wat zouden ze anders moeten doen? Door ons te terroriseren zullen ze er in feite voor zorgen dat we ons, al dan niet bewust, oneerlijk opstellen ten opzichte van een ander onschuldig volk, namelijk de overgrote meerderheid moslims die maar van één ding dromen: in vrede te leven in Brussel, Parijs, Marokko, Algerije, Indonesië, daar en elders. Het toppunt is zonder twijfel dat we in onze hersenen de mensen die juist aan het Syrische conflict proberen te ontsnappen, zullen associëren met de moordenaars van onschuldige mensen.

Mijn dochter komt naar beneden, ze luistert naar me, kijkt me aan. “Papa, hoe wil je dat ik een band met hen smeed als ik bang van hen ben?” Sarkozy heeft gelijk, we hebben veiligheid nodig. Angst is onze ergste vijand. Sarkozy heeft geen gelijk. Hij zegt nooit hoe de wortels van het kwaad aangepakt moeten worden en de voedingsbodem waardoor jongeren zin krijgen om naar Syrië te vertrekken. Om dan vervolgens naar hier terug te keren. Om zich in ons midden op te blazen.

Echte moed is een verklaring zoeken, begrijpen wat er gebeurd is, hier actie ondernemen.

We kunnen niet de volledige verantwoordelijkheid dragen van wat er is gebeurd. Wat zou onze verantwoordelijkheid zijn met betrekking tot de invasie van Irak in 2003? Destijds hebben we hier tegen gestemd. In hoeverre zijn we verantwoordelijk voor de interne conflicten binnen de islamitische wereld? Voor de haat tussen soennieten, sjiieten, salafisten en anderen? Voor het feit dat een waanzinnige dictator een deel van zijn bevolking vergast? In hoeverre zijn wij verantwoordelijk voor deze en andere zaken?

Wij, Belgen die niet van Noord-Afrikaanse origine zijn, kunnen deze verantwoordelijkheid niet dragen. Wat we wel kunnen, is handelen, hier en nu. Ware moed is tegenwoordig niet alleen om de wreedheid van de aanslagen aan te pakken, maar vooral ook om een band te smeden, of te herstellen, met gediscrimineerde en geïsoleerde gemeenschappen. Ware moed is om hier toenadering tot hen te zoeken, om elkaar te leren kennen, elkaar te respecteren, met hen samen te leven. Ware moed is voor hen om deze uitgestoken hand te aanvaarden of de handen zelf naar ons uit te strekken. Zonder uitstel. Echte moed is een verklaring zoeken, begrijpen wat er gebeurd is, hier actie ondernemen. Onmiddellijk. Ware moed is om toe te geven dat de mensen daar elke dag de hel beleven die wij in de nacht van 13 november doormaakten, en erger zelfs. Ik loop voorbij de Assalam moskee wanneer ik mijn dochter ga ophalen. Ik heb zin om aan te bellen, maar er is geen tijd vandaag. Het dagelijkse leven haalt me in. Ik moet lampen kopen. Triviaal, maar toch noodzakelijk. Ik zal terugkeren, een volgende keer. Beloofd.

PIERRE BIÉLANDE