+32 (0)10 24 80 69

Ngo-enquête. Aflevering 3

De relatie met de Zuidpartner is niet simpel

Waarom verkiest een ngo een partner boven een andere?

Serrer la mainVier criteria worden spontaan geciteerd:

1) de partner moet rond dezelfde thematiek werken als de ngo in het Noorden;

2) hij moet goed verankerd zijn in de groep waaraan steun wordt verleend;

3) moet zijn betrouwbaarheid kunnen aantonen met vroegere realisaties en

4) zijn visie moet aansluiten bij die van de ngo in het Noorden.

Bij de antwoorden op de gesloten vraag (zie grafiek 1) delen gedachtengoed, gemeenschappelijke visie en transparantie de hoogste plaats. De intuïtie, helemaal onderaan het klassement, beïnvloedt het beslissingsproces maar weinig. Begrijpelijk als men weet hoe een overeenkomst tussen partners door de DGD wordt goedgekeurd. Verwonderlijker is de plaats die de exit-strategie inneemt: ze behoort niet tot de prioriteiten, terwijl het merendeel van de geldschieters hier meer en meer het accent op legt.

 

 

De relatie: terrein van tegenstrijdige boodschappen

De ene enquête is de andere niet. In Evaluatie van ngo-partnerschappen gericht op capaciteitsversterking, blijkt dat « de kwaliteit van de relatie tussen Noordelijke ngo’s en hun partners in het Zuiden algemeen gezien wordt als een belangrijke component van succesvolle ngo-samenwerking.»(1) Maar in onze enquête neemt de relatie tussen mensen slechts een gemiddelde plaats in bij de keuze van een partner. Eigenaardig toch, want kijken we naar de obstakels die de respondenten aanhalen voor een goede samenwerking, dan blijkt het relationele met 31% de eerste reden te zijn (zie grafiek 2). Gebrek aan wederzijdse kennis, culturele barrières, communicatiemoeilijkheden en slechte rolomschrijvingen zijn allemaal obstakels voor een gezonde samenwerking. Logisch, maar de vraag is of de aanwezigheid van relationele problemen geen simpel gevolg is van de beperkte aandacht voor het relationele tijdens de keuze van de partner.

 

« Gebrek aan wederzijdse kennis, culturele barrières, communicatiemoeilijkheden en slechte rolomschrijvingen zijn obstakels voor een gezonde samenwerking.»

De uitvoering van het project komt op de tweede plaats als obstakel. Hier gaat het over een gebrek aan competentie bij de partner, het niet respecteren van de deadlines, een gebrek aan financiële middelen. Dit obstakel staat voor iets meer dan een vierde van de opgegeven redenen (27,2%). Uiteenlopende visies lijken minder problematisch, waarschijnlijk omdat dit criterium zeer belangrijk is in het selectieproces van de part­ner. Deze resultaten lijken tamelijk logisch: de druk, zowel intern als extern, om resultaten te leveren zorgt ervoor dat alles wat te maken heeft met de uitvoering van de projecten zeer aandachtig gevolgd wordt. Het relationele aspect is heel vaak hét gemeen-schappelijke pijnpunt bij disfunctioneren waarvoor geen aanwijsbare verklaring is, bij elke problematiek waarvoor er moeilijk empirische oplossingen geïdentificeerd kunnen worden. Dit wordt nog eens benadrukt door het gevoel van talrijke respondenten dat ze geen toegang hebben tot de hulpmiddelen.

De oorsprong van de obstakels in de relatie met de partners in het Zuiden is frappant (zie grafiek 3): in slechts 3% van de gevallen zeggen de ngo’s zelf de oorzaak te zijn van de obstakels, terwijl ze in 50% van de gevallen de oorzaak van het probleem bij de partner leggen! Bestuursproblemen, belangenconflicten, afleiding, gebrek aan competentie, het niet respecteren van prioriteiten of het eenzijdig veranderen van de planning: zodra de samenwerking problematisch wordt, lijken de partners tal van gebreken te hebben. Nogmaals, de relatie heeft zo zijn moeilijke kanten.

Expats of lokaal personeel?

Wat zijn de argumenten die u zou aanhalen om geen expat aan te werven? Of een lokale medewerker? Op de eerste vraag antwoordt bijna 40% dat een expat aanwerven in tegenspraak is met de ideologie van ontwikkelingssamenwerking.

Op de tweede vraag zegt bijna 50% van de respondenten dat een persoon ter plaatse vinden die alle nodige competenties bezit om een project te leiden, bijzonder moeilijk is. Vergelijken we deze twee argumentaties, die eigenlijk gewoon de twee kanten van eenzelfde medaille laten zien, dan zien we een spanning tussen het principe van tussenkomst (hoofdargument aangehaald om geen expat aan te nemen) en operationele doeltreffendheid (hoofdargument aangehaald om geen lokale medewerker aan te nemen): het ideologische gewicht versus de operationele realiteit.

Windstreken

Pierre_Bielande

Deze resultaten leggen de vinger op twee zaken. Ten eerste: als het leven met de partner niet langer een lange rustige stroom is, dan draaien de obstakels in de relatie, of men het nu wil of niet, rond de sleutelwaarden van een westerse maatschappij…Met andere woorden en een beetje karikaturaal gesteld: de mensen uit het Zuiden, vooral uit zogenaamd traditionele maatschappijen, hebben een andere aanpak dan de westerlingen. Ze hebben niet dezelfde relatie met tijd, doeltreffendheid, controle en processen… Het is daarom niet verwonderlijk dat als het botst, het relationele –onvermijdelijk gelinkt aan het culturele verschil- de verklarende factor wordt. Het risico bestaat dan dat we de zwaktes die we bij de partner identificeren willen bijschaven. Maar dat soort ondersteuning draait rond waarden als doeltreffendheid, efficiëntie, controle, relatie met de tijd… Zijn zij dus niet simpelweg een verborgen manier om de sleutelwaarden van het Westen door te geven – sommigen zouden zeggen op te leggen? Dit is een oud debat, maar heel eigen aan het kader dat vandaag wordt opgelegd door de geldschieters. Zij vragen wel aan de begunstigden om hun ontwikkelingsnoden zelf te kiezen, maar laten tegelijk weinig plaats voor alternatieven voor het westerse model. Het tweede punt is nog confronterender. De ngo’s beschouwen zichzelf niet als oorzaak van de moeilijke samenwerking. Deze houding, zo oud als de wereld zelf, komt hierop neer: zichzelf niet in vraag willen stellen tegenover de andere.

« De ngo’s beschouwen zichzelf niet als oorzaak van de moeilijke samenwerking. Deze houding, zo oud als de wereld zelf, komt hierop neer: zichzelf niet in vraag willen stellen tegenover de andere.»