+32 (0)10 24 80 69

Brauman/Kouchner: twee visies op humanitaire actie
en lumière

Brauman/Kouchner: twee visies op humanitaire actie

Moet humanitaire actie neutraal zijn of moet ze de vertaling op het terrein zijn van een politiek ideaal dat overal verspreid moet worden? Een groot debat, dat sinds lange tijd twee grote figuren van Artsen zonder Grenzen tegenover elkaar stelt. Bernard Kouchner heeft duidelijk gekozen voor de tweede oplossing, waarbij hij zich als staatsman positioneert. Hij ijvert voor een romantisch ideaal, een verantwoordelijke staat, die de slachtoffers ter hulp snelt. In die geest heeft hij Médecins du Monde gesticht, dat voortkomt uit een splitsing van Médecins Sans Frontières en zich heeft opgeworpen als verdediger van het recht op humanitaire inmenging.

Rony Brauman, voorzitter van Médecins Sans Frontières van 1982 tot 1994, heeft zich ingezet voor de eerste opvatting van humanitaire actie. Hij draagt een moreel ideaal uit, dat van de hulpverlener met witte handen.

De tegenstelling tussen beide heren is op een bepaalde dag ontploft, tijdens de Somaliëcrisis van 1992. In een video verdedigen ze hun ideeën.

 

Bernard Kouchner, de hulpverlener die aanklaagt

Bernard Kouchner legt zijn standpunt uit: « Ik wou dat we allemaal samen het concept liefdadigheid achter ons lieten, een concept dat al te vaak, ook al is het nuttig en onmisbaar, complex is.». Hij wilde ook de herinnering oproepen aan het Internationale Rode Kruis, dat het concentratiekamp van Theresienstadt niet heeft aangeklaagd terwijl ze aan de poorten van dit kamp actief waren. « Inmenging, verdedigt hij, dient om de bevolking te redden. »

Tijdens de Somaliëcrisis van 1992 is Kouchner minister van Gezondheid en Humanitaire actie in Frankrijk. Hij opent een luchtbrug om een vluchtelingenkamp van voedselhulp te voorzien. We zien hem vóór de camera’s hevig revolteren. Zijn geschreeuw komt recht uit het hart en heeft geen ander doel dan ons geweten wakker te schudden: « Wij moeten mensen zijn. Dat wil zeggen dat wij met z’n allen verantwoordelijkheid dragen voor de wereld, niet enkel de VN of de ngo’s. Er zijn er die niets doen, rijken, mensen die ten onder gaan aan hun rijkdom; je vindt ze overal. En dan, zijn er ook deze mensen… Als die rijken in de spiegel willen kijken en een betere wereld willen opbouwen voor hun kinderen, dan moeten ze maar naar hier komen. Hier is er werk. »

Rony Brauman, de neutrale hulpverlener

Ondertussen is Rony Brauman sinds een jaar op het terrein met Médecins Sans Frontières. Hij verzet zich tegen de gewapende krachten die als grote redders in Somalië neerstrijken: « Enkele organisaties, MSF en CICR om enkel de belangrijkste te noemen, vroegen dat een grootschalige voedselhulpoperatie opgezet zou worden in het centrum van het land, de plaats waar de honger echt toesloeg. Zonder controle. Er moesten levensmiddelen met een zeer zwakke monetaire waarde (melk, olie, suiker, rijst) aangevoerd worden. De lokale monetaire waarde moest zo naar beneden gehaald worden via een soort verzadiging. We wilden een markteffect doen spelen. De overdaad van het aanbod deed de vraag dalen en maakte de courante aanvallen op (humanitaire) konvooien zinloos. Maar in plaats daarvan zag men de blauwhelmen, het leger, de soldaten als oplossing. Blauwhelmen kan je echter niet eten.»

Een beetje later, in 1993, verklaart hij over hetzelfde onderwerp: « Het kan niet zijn dat humanitaire interventie zich in kaki kleedt, met geblindeerde wagens, aanvalshelikopters en tanks aankomt. Bernard Kouchner heeft niet goed begrepen wat we in december, toen de mariniers aankwamen, bedoelden met reserves: het spektakel waarvan wij getuige waren was schandalig. Monsterlijk. Sinds maanden stierven honderduizenden personen; ik denk niet dat dit de manier is om binnen te komen in een land dat alles weg heeft van een kerkhof. Een humanitaire interventie houdt in dat men een moraal van solidariteit omzet in daden. Ze moet rekening houden met de ernst van de situatie. Die landing had iets obsceens. (…) In ernstige crisissituaties, zoals hongersnood, gaat het om politiek. Het is oorlog. Dat is het meest extreme niveau van politiek, de radicaalste vorm. Als je je begeeft op politiek terrein, is vertrouwen het allereerste wat je moet trachten te bereiken. Maar dat vertrouwen kunnen we alleen maar opbouwen als we duidelijk zeggen aan onze gesprekspartners dat we enkel en alleen handelen vanuit een humanitaire motivatie, dat we enkel mensen willen redden. Want een staat, hoe loyaal en moreel ook de mensen kunnen zijn die er deel van uitmaken, verkoopt wapens, moet handel drijven, heeft extreem praktische zorgen en beperkingen om het hoofd, en daar kan humanitaire hulp eventueel een plaats tussen vinden.”

Jaren later, in serenere omstandigheden, zal hij dieper ingaan op de zware politieke inzet van de kwestie:

« Machtsvertoon wanneer men niet bedreigd is raakt steeds aan de vraag wie de touwtjes in handen heeft, wie de beslisingsmacht heeft over de aanvaardbaarheid of onaanvaardbaarheid van dergelijke drukkingsmiddelen. Met welk recht hakken wij dan de knopen door in deze kwesties? Vanuit het recht van de oude koloniale macht, die altijd een zweem van nostalgie behoudt over haar groots verleden? Ze willen dat zo graag hersteld zien op een of andere ruïne en ze doen dat door zich op een zeer voordelige manier op foto’s te laten vastleggen, als bevrijder, als redder. »

 

Rony Brauman kwam hierover met ons debatteren op maandag 15 juni tijdens het tweede n’GO-debat.