+32 (0)10 24 80 69

De “Tarzanmythe ” 

Expert

De “Tarzanmythe”

In een recent artikel voor het weekblad Les Afriques had ik het over de Tarzanmythe. Dit is een typisch Afrikaanse manier van doen waarbij de voorkeur steevast uitgaat naar een blanke zodra er deskundigheid verlangd wordt.

Het begon allemaal

met een kleine anekdote. Ons weekblad Les Afriques kreeg op het bureau in Casablanca een Amerikaanse journaliste van het Kaukasische type als stagiaire. Om onze theorie van de Tarzanmythe te staven, kreeg ze de opdracht een telefonisch onderhoud te regelen met twee Afrikaanse presidentiële paleizen. Bij de eerste poging hadden we al prijs. De adviseurs van de Afrikaanse presidenten en de leiders van bepaalde politieke partijen waren direct bereid een vliegtuigticket op te sturen naar de stagiaire, die nochtans niet de minste ervaring had inzake Afrikaanse actualiteit. De lokale ervaren rotten, van Afrikaanse of misschien Bantoe-afkomst, kregen daarentegen al twee jaar lang een afwijzing als antwoord.

Een premie voor blank-zijn in Afrika?

Zowel in regeringskringen als in de bedrijfswereld ondermijnt Afrika haar capaciteit om zelf haar lot in handen te nemen. Afrikaanse competenties worden consequent ondergewaardeerd en vaak krijgen niet-Afrikanen een soort ‘blankenpremie’, die Europese partners veelal afkeuren. Zo ook een jonge Fransman, een altermondialist en vrijwilliger bij een ngo in Kivu, die zijn ervaringen deelt met Les Afriques: «Ik word naar hier gestuurd om gorilla’s te beschermen, maar eender welk lid van een stam in Kivu kan dit beter dan ik en nog goedkoper ook.»
Door dit complex, dat ik de Tarzanmythe noem, verdient een Afrikaanse green business specialist in Afrika minder dan zijn blanke collega voor een gelijkwaardige prestatie. Een ander gevolg is dat het enige ratingbureau van West-Afrika nog steeds op zoek is naar zijn eerste cliënt en dat – nog steeds door deze belachelijke neiging – voor bepaalde markten in West-Afrika een ‘internationale consultant’ gezocht wordt, die niet eens een titel of ervaring van ‘internationale consultant’ moet kunnen voorleggen. De mythe heeft ook nog als gevolg dat bijna alle adviseurs van onze Franstalige regeringsleiders uit Europese bureaus komen. Zo worden er door Abdoulaye Wade miljoenen euro’s overgemaakt aan Image 7 voor zijn campagne van 2012. Dezelfde soort bedragen worden door Afrikaanse politici zoals Laurent Gbagbo en Alpha Condé geïnvesteerd in Euro RSCG, en vroeger was er de farmaceut Jacques Séguéla. Deze geldstromen zeggen alles over een ingesteldheid (en niet de feiten zelf), die ons graag doet geloven dat er geen geschikte Afrikaanse bureaus bestaan die een presidentiële campagne kunnen leiden in Afrika.

Potentiel aanmoedigen

De Afrikaanse elite draagt een grote verantwoordelijkheid voor de verspreiding van een dergelijke houding bij de brede Afrikaanse populatie. Wanneer de regeringsleiders en de economische elite, die helemaal bovenaan de ladder staan, de Afrikaanse kwaliteit en competenties niet ondersteunen, wordt er dan geen signaal van ondergeschiktheid gegeven aan heel Afrika? Hoe kan je in jezelf geloven, je mobiliseren of iets proberen als de blanke het in elk geval beter doet dan wij? Hoe kan je dan hopen dat een bevolking een dergelijk laag zelfbeeld niet overneemt? Hoe kan je dan rekenen op economische ontwikkeling of ontwikkeling tout court? Elke ontwikkeling gaat samen met de opbouw van een positief zelfbeeld. Het voorbeeld moet van boven komen. In de context van ontwikkelingssamenwerking dragen spelers zoals de ngo’s uit het Noorden de grote verantwoordelijkheid om het Afrikaanse potentieel en de kwaliteiten te begunstigen…

 

nGO 15 Silafando

«Elke ontwikkeling gaat samen met de opbouw van een positief zelfbeeld.»