+32 (0)10 24 80 69

De 7 hoofdzonden van de humanitaire hulpverleners

De 7 hoofdzonden van de noodhulpactoren

Wie ons regelmatig volgt, begint het liedje wat te kennen: geen ontwikkelingsproject zonder centrale aandacht voor de ‘menselijke factor’. Deze term – redelijk ongepast (want hij heeft juist iets ontmenselijkt!) – toont ons een eenvoudige realiteit: ontwikkelingsprojecten worden vaak op een technische leest geschoeid en ze verwaarlozen de meer intuïtieve aspecten van de omgang met lokale bevolkingsgroepen.

Dat is ook wat de website EndHumanitarianDouchery aanklaagt. Hij maakt een karikatuur van de voornaamste fouten van te weinig opgeleide humanitaire hulpverleners op het terrein en herleidt ze tot ‘7 hoofdzonden’. De vorm is dan wel eerder overdonderend (zelfs grotesk) dan genuanceerd, toch is hun verdienste dat ze de misstappen die we zonder twijfel met goede bedoelingen begaan, belichten en ons doen nadenken over onze automatismen. Zo zien die ‘7 hoofdzonden’ eruit met een humanitair sausje:

Luiheid: hulpverleners die niet de tijd nemen om inlichtingen in te winnen over de realiteit op het terrein en zich zo verbinden met de verkeerde lokale organisaties (lees hierover ons artikel « Ontwikkelingssamenwerking: let op bij de partnerkeuze »)

Ijdelheid: hulpverleners die hun gebrek aan kennis in bepaalde domeinen niet altijd erkennen en dus de hand niet uitsteken naar competente personen.

Gulzigheid: hulpverleners die hun reis beschouwen als een exotische toeristische expeditie en consumeren alsof ze op vakantie zijn.

Hebzucht: Hulpverleners die vooral hun oplossingen willen opleggen, zonder rekening te houden met de waarden van de lokale gemeenschappen.

Goesting : Hulpverleners die reizen ondernemen om egoïstische redenen, zoals zichzelf een positief beeld aanmeten en de anderen jaloers maken.

Hengelen naar: Hulpverleners die zich in al hun ‘naaktheid’ tonen op de sociale media om een maximum aantal ‘likes’ te oogsten, of die stereotiepe foto’s tonen van lokale bevolkingsgroepen.

Woede: Teruggekeerde hulpverleners die tekeer gaan tegen ‘zij die niets doen’.

Deze karikatuur – die zeker niet de manieren van denken en doen van alle hulpverleners reflecteert – is vooral een alibi om oplossingen te kunnen aanbieden, om een andere visie op ontwikkelingssamenwerking te kunnen uitdragen. Wellicht schuilt daarin de waarde van de website.

Daarom pleit de website voor « Fair Trade Learning », een vorm van leren die wederkerigheid tot de kern wil maken van de relatie tussen humanitaire hulpverleners en lokale bevolking. Het programma bevat 8 punten:

  1. De programma’s moeten gemeenschappelijke doelstellingen vastleggen waarover in collectieve intelligentie met alle betrokken partijen is beslist.
  2. De lokale bevolking moet in elke etappe van de uitwerking van een project betrokken zijn (dit wordt «community driven initiatives » genoemd)
  3. Institutioneel engagement en duurzaamheid van de partnerschappen en uitwisselingen van studenten in beide richtingen.
  4. Transparantie, vooral m.b.t. de economische relaties en transacties.
  5. Duurzame ontwikkeling en vermindering van ecologische voetafdruk.
  6. Duurzame economie: betrokkenheid van de doelgroepgemeenschap in de fondsenwerving en investering in de universiteiten door langdurige relaties naar waarde te schatten.
  7. Vrijwillige diversiteit, interculturele contacten en reflecties om systematisch de interculturele leerpunten waarbij alle partners betrokken worden aan te moedigen.
  8. Opbouw van een wereldwijde gemeenschap: steeds het idee voor ogen blijven houden om de menselijke relaties over heel de wereld te verbeteren.

Bezoek de website EndHumanitarianDouchery