+32 (0)10 24 80 69

Verontwaardiging: onze actie meer dan ooit verderzetten

Verontwaardiging: onze actie meer dan ooit verderzetten

Ik zette net een punt achter een artikel over vooroordelen en emoties toen het nieuws binnenviel: er is zonet een aanslag gepleegd tegen het weekblad Charlie Hebdo in Parijs. Minuut na minuut wordt de tol zwaarder: tien, elf dan twaalf doden waarvan twee politieagenten. Cabu, die mij twee dagen geleden nog deed lachen, is één van de slachtoffers. Wolinski ook. Verdriet…

Ik ben buiten mezelf, ik revolteer, ik ben verontwaardigd, neergeslagen. Ik bruis van woede en ik voel zin voor wraak. Die journalisten zijn mijn broeders. Dood. Hun vrije meningsuiting was ook de mijne. Door de redactieploeg van Charlie Hebdo te doden hebben ze een tijdschrift gedood dat dit wellicht nooit te boven komt. Ik weet dat binnen één of twee uren mijn hang naar wraak afgezwakt zal zijn naar een verlangen naar rechtvaardigheid. Dat ze de schuldigen grijpen. Dat ze ze veroordelen. Op dit moment voel ik me niet in staat tot enig mededogen tegenover hen. Als de doodstraf nog bestond in Frankrijk, dan zou ik voor de toepassing zijn. Ik weet niet welke taal past bij personen die, wat ook de bitterheid mag zijn waarmee ze zich voeden, vinden dat men iemand mag doden die hun overtuiging niet deelt. Ik weet het echt niet.

Ik heb zonet de collega’s gecontacteerd die weten dat ik aan het artikel werk over emoties en vooroordelen. Ze horen en begrijpen volledig mijn emoties. Ze delen allemaal dezelfde overtuiging: Vooral nu is dit het moment om verder te blijven werken op het terrein van de vooroordelen. Om al het werk dat wij verrichten in het perspectief te plaatsen van deze onaanvaardbare geweldpleging. Want ik weet dat na de slachtoffers van Charlie Hebdo, na het verdriet van de families, van een heel volk, de moslims de gebroken potten zullen betalen. “De profeet werd gewraakt” klinkt al na in alle hoofden. Een aanslag als deze doet de angst toenemen, de woede, de haat. Voor enkele verlichte geesten die zich beroepen op de profeet zal een hele gemeenschap, een cultuur bekeken worden met nog meer argwaan dan tevoren. Al het werk van hen die proberen een constructieve dialoog op gang te trekken, alle projecten van verstandhouduing zijn zonet weggeveegd in een handomdraai. Meer dan ooit tevoren zal de bebaarde biddende man het beeld worden van de bedreigende islamist, die in staat is ons te doden. De vooroordelen gaan zich laven aan dit gebeuren en geweld zal meer dan ooit met geweld beantwoord worden. Men zegt dat er veertien positieve ervaringen nodig zijn om het effect van één negatieve ervaring weg te vegen. Hier kan dit niet gemakkelijker gebeuren.

Ik ben erg aangedaan en verdrietig. Dient ons werk dan tot niets? Is het te laat ? Kan de cyclus van geweld nog doorbroken worden? Zullen zij die heel goed begrijpen wat zich hier voordoet – waaronder de universitaire specialisten in stereotypes, vooroordelen en discriminatie – de stilte doorbreken om het mediatieke en politieke veld te betreden? Om uit te leggen, te horen, te luisteren, te kalmeren, bij te dragen tot het herstel van een dialoog? Zullen ze hiertoe uitgenodigd worden? Met al die vragen zit ik. En meer dan ooit weet ik in het diepste van mezelf, net als al die organisaties en ngo’s die rond deze kwesties werken, dat we moeten voortdoen. Ik weet dat je bij vooroordelen zo snel mogelijk de bewustwording, het begrip van het fenomeen, de mogelijkheden tot actie moet meenemen. Ik wil de langzame toename van de communautaire conflicten niet zien veranderen in fysiek geweld. Hoewel alles ons in die richting duwt. Ik heb het zonet beleefd met een pijnlijke intensiteit.

Pierre Biélande