+32 (0)10 24 80 69

profiel – Alexandre Seron
profiel

Alexandre Seron

Alexandre Seron

Alexandre Seron was in een vorig leven campagnedirecteur voor C.N.C.D-11.11.11. Recentelijk werd hij campagneverantwoordelijke bij Oxfam International. Hij plantte zijn koffers neer in Dakar en leeft nu tussen Senegal en Niger. Hij schetst ons zijn traject in de wereld van ontwikkelingssamenwerking en geeft enkel tips mee aan jongeren die graag hetzelfde pad willen opgaan. Opgelet, het gaat hevig!

De Belgen sensibiliseren en mobiliseren

Ik ben begonnen bij C.N.C.D.-11.11.11 in 2006, nadat ik in een studie-en onderzoekscentrum had gewerkt. Ik wilde mij sterker engageren in ontwikkelingssamenwerking en mijn werk een militantere richting uitsturen. Ik voelde een sterke behoefte om mijn onderzoek in actie om te zetten. Mijn daden moesten een echte verandering teweegbrengen in de internationale relaties en in de Noord-Zuidrelaties.
Bij C.N.C.D. heb ik verschillende posten kunnen bekleden, maar er zat steeds een campagne-inslag in. Ik wilde de Belgische Franstalige bevolking sensibiliseren over enkele fundamentele hoofdbrekers. Maar het stopte niet bij eenvoudige sensibilisering. Ik vroeg het publiek ook om deel te nemen aan onze mobiliseringsacties. Zo konden de campagnes een kritische massa op de been brengen die erin slaagde de politieke beleidsmakers te beïnvloeden en hun beslissingen of hun visie bij te sturen.
Vanaf 2010 was ik campagnedirecteur bij C.N.C.D.-11.11.11. Ik coördineerde de campagnes toen niet langer persoonlijk, maar ik stuurde de staf aan die zelf de projecten coördineerden. Gedurende 4,5 jaar was ik verantwoordelijk voor een twintigtal mensen.

Veldwerker worden

10530849_495944447207260_7986654894954322655_nOnderweg voelde ik dat er een draad op mijn boog ontbrak in de ngo-wereld. Stilaan verlangde ik ernaar om de kwesties waarvoor ik de Belgen sensibiliseerde van dichterbij mee te maken. Je kan de dingen natuurlijk goed begrijpen vanuit Brussel, in samenwerking met internationale en lokale partners. Maar ik had zin om van invalshoek te veranderen en me op het terrein te begeven, in een land in ontwikkeling. Dat heeft me uiteindelijk bij Oxfam International gebracht. Vandaag ben ik campagneverantwoordelijke in West-Afrika. Ik help het middenveld om te kunnen deelnemen aan het opstellen van hun nationale agenda over voedsel- en landbouwkwesties.

Actie en interactie

Mijn motor wordt door twee zaken aangedreven. Allereerst de actie. Actie heeft niet noodzakelijk buiten het bureau plaats. Je kan perfect actie voeren op kantoor. Actie is een dynamiek ontwikkelen die je ertoe aanzet de dingen in beweging te brengen. Natuurlijk zijn de veranderingen waar je op hoopt niet steeds gemakkelijk te bereiken of zelfs te meten. Maar om de dingen in beweging te brengen moet je mensen, ideeën, gedrag stevig door elkaar schudden. Je moet overtuigen. Actie moet je onvermoeibaar verderzetten, fysiek of retorisch, in beweging of via overtuigingskracht.
Een andere bron van motivatie is het relationele en sociale aspect dat in een ngo super-interessant is, vooral als het een internationale organisatie is. We zijn voortdurend in contact met mensen van verschillende horizonten. We zoeken steeds naar mogelijkheden om relaties aan te knopen met internationale, nationale, regionale of lokale partners. Dat maakt een extreem interessante sociale en multiculturele puzzel waarvan je elke dag dingen opsteekt.

Savoir-être als kern van ontwikkeling

Door mijn functies heb ik soft skills in mij kunnen wakker maken die fundamenteel zijn in de interactie met anderen. Zo heb ik een grote luisterbereidheid ontwikkeld. Als campagnedirecteur moet je aan communicatie en dialoog de absolute voorrang geven. Deze aspecten zijn nog crucialer in een internationale ngo. Ik probeer te begrijpen wat er schuilt achter wat de mensen zeggen wanneer ze in beelden spreken of als ze woorden gebruiken die afhankelijk van de plaats heel andere betekenissen kunnen hebben. Zo nam ik gisteren deel aan een workshop waarin we een driejarenplan wilden vastleggen met leden van Oxfam van verschillende landen en met verschillende partners. Gedurende een kwartier hebben we ons gemeenschappelijke begrippenkader moeten scherpstellen, want de Ghanezen spraken over “management”, de Burkinabés over “gestion” en de Senegalezen over “gouvernance”. In het begin leek het dat iedereen die drie woorden op dezelfde manier begreep. Maar naarmate we de discussie uitdiepten werden we er ons van bewust dat dat niet zo was. We hebben even een time-out moeten inlassen om de termen die we in de groep gooiden te definiëren en om ons ervan te verzekeren dat we samen op weg waren in dezelfde richting.

Je moet een discussie- en dialoogkader scheppen waarin iedereen zich op zijn gemak voelt om zijn eigen elementen aan te brengen en om samen een werkagenda te definiëren waarin iedereen zich terugvindt.

Ik heb ook geleerd om veel aandacht te besteden aan het dialoogkanaal dat ik met mijn medewerkers ingevoerd heb. Ik zorg er altijd voor dat dit kanaal open en gestructureerd blijft en dat het iedereen toelaat zijn stem te laten horen. Je moet een discussie- en dialoogkader scheppen waarin iedereen zich op zijn gemak voelt om zijn eigen elementen aan te brengen en om samen een werkagenda te definiëren waarin iedereen zich terugvindt. Het is belangrijk om een eensgezinde agenda te kunnen uitwerken die voldoende realistisch is en tegelijk ambitieus.

Zich natmaken

Aan jongeren die er graag in zouden willen stappen zou ik aanraden te beginnen bij militantisme. Voordat je kan hopen op een contract bij een ngo is het belangrijk dat je eerst zelf hebt deelgenomen aan campagnes. Mensen die van de universiteit komen met 10 jaar studie op hun teller maar zelf nooit meegedraaid hebben in een steuncampagne hebben voor ngo’s maar weinig waarde. De selectie gebeurt niet op basis van diploma’s. Over het algemeen leggen kandidaten allemaal een gelijkaardige CV voor. De terreinervaring maakt het verschil. Dat je op een bepaald moment zelf meegedraaid hebt in een campagne, die al dan niet resultaten heeft opgeleverd, is veel meer waard dan een diploma. Je moet de sector kennen en jezelf laten kennen. Je moet een portefeuille van contacten opbouwen en relaties aanknopen met de spelers in het ontwikkelingswerk.

Tot slot zouden studenten in het kader van hun studies de kansen voor buitenlandse ervaringen maximaal moeten aangrijpen. Als dat niet mogelijk is via een Erasmus-uitwisseling – Afrikaanse landen komen maar zelden voor in de universitaire uitwisselingsprogramma’s – dan kunnen studenten hun twee maanden vakantie gebruiken voor een vrijwillige stage in een land in het Zuiden. Daardoor gaan ze beter begrijpen waarover het gaat en komen ze beter gewapend terug voor ze zich op de arbeidsmarkt aanbieden.