+32 (0)10 24 80 69

Fnuiken ngo’s onze zin om te geven?

Fnuiken ngo’s onze zin om te geven?

akiradesigns - Fotolia

«De ergste vijand van de ngo’s»: met deze scherpe titel hekelt Léonard Vincent, journalist en ex-verantwoordelijke voor de Afrikaanse afdeling van Reporters Zonder Grenzen, de hedendaagse fondsenwervingspolitiek van de ngo’s. De beschuldiging hakt diep: door de gevoelige snaar van het schuldgevoel te bespelen slagen de ngo’s erin ‘weerzin op te wekken voor vrijgevigheid’. Léonard Vincent verduidelijkt zijn standpunt: «de fondsenwervingmethodes van veel moderne humanitaire organisaties zijn al te vaak gebaseerd op het aanwakkeren van een schuldgevoel. […] Geld geven betekent ‘onze plicht doen’. Wij zijn het volk met het geld, de anderen zijn de behoeftigen. Slachtoffers en beulen. Als we hen [de fondsenwervers] proberen te ontlopen, dan voelen we ons daar slecht bij, eerst tegenover onszelf en vervolgens tegenover hen, omdat ze ons herinneren aan ons onontkoombare existentiële verval.» De journalist meent dat dit schuldgevoel op een vreemde manier samengaat met een meerderwaardigheidsgevoel. Het ‘morele imperatief’ (woorden van Léonard Vincent) dat vandaag zou bestaan om het arme Zuiden ter hulp te snellen, heeft niet alleen te maken met het feit dat we ons willen distantiëren van de ‘uithongeraars, de tirannen, de moordenaars, de censoren, de medogenlozen’, maar evenzeer met ons zelfbeeld als ‘heren van de planeet’. Daarom bestempelt Léonard Vincent de westerse giften als ‘aalmoezen van de moderne tijd’.
Zijn oordeel is streng en radikaal. Moeten we de praktijken van deze ngo’s veroordelen en hen verantwoordelijk stellen voor de ‘afkeer van vrijgevigheid’ waarmee ze potentiële gevers opzadelen? Let wel, wij hebben hier geen lessen te geven, we moeten ons niet gedragen als scheidsrechters want het debat is immens complex. Maar in de communicatiemethodes van de ngo’s is er veel diversiteit. Soms is de neiging naar miserabilisme heel sterk. Schokkerende beelden, rampen, miserie die zo snijdend is dat de poriën van de persoon in kwestie het uitademen. We leggen ze vast op de gevoelige plaat, waardoor ze het uithangbord worden van een onherroepelijk dringende zaak. Ze stellen onze emoties zonder omweg op de proef en hebben daardoor vaak een directe « bankable » impact. Wie durft het kleine Afrikaantje negeren dat sterft van de honger terwijl een gier op zijn dood aast? De polemische foto van Kevin Carter – die hem in 1994 de Pulitzer-prijs opleverde – is de wereld rondgegaan en heeft de gewetens ferm beroerd. Doeltreffend. Maar is dat nu het beeld dat we van Afrika willen geven? Zijn we eerlijk als we Afrika tot deze extreme ellende herleiden, tot dit onnoemelijke lijden? Anders gezegd: moeten we geven uit liefdadigheid of uit overtuiging? Zijn wij die ‘heren van de planeet’ of mensen die samen iets opbouwen, die geloven in de kracht van een project en die zowel willen investeren als deelnemen?
Dit is Echos Communications diepste overtuiging: Afrika, in al haar variëteit en complexiteit, heeft ons veel te bieden en te leren. Het continent loopt over van mogelijkheden en van wilskracht. De waarde van reciprociteit staat voor ons centraal en vanuit die keuze zetten wij al onze middelen in op een andere kijk op Afrika. Geven ja, maar niet om te helpen, wel om initiatieven te steunen; niet omdat we de weg willen wijzen, maar omdat we het avontuur niet schuwen en ons laten gidsen door hen die hun streek door en door kennen en beter dan wij weten welke wegen te bewandelen. En leren ook, altijd.

Lees het artikel van Léonard Vincent hier.